Verhoor in een strafzaak

Hieronder zullen uw rechten en verplichtingen als getuige in een verhoor in een strafzaak uiteen worden gezet. Deze handleiding kan ook worden gebruikt in het geval u als verdachte in een strafzaak wordt gehoord. Tevens zal worden ingegaan op de belangrijkste aanwijzingen voor de wijze van beantwoorden van de aan u te stellen vragen. In alle hiervoor genoemde scenario’s is een op maat gesneden advies van een strafrechtadvocaat onontbeerlijk.

1. Samenvatting do’s en dont’s

Do's en dont's tijdens een verhoor
Do’s en dont’s tijdens een verhoor

2. Rechtspositie

Juridisch gezien kan men twee typen verhoor onderscheiden:

  • het verhoor door een opsporingsambtenaar;
  • het verhoor door een rechter.

Bij opsporingsambtenaren moet niet alleen worden gedacht aan de politie, maar ook aan de bijzondere opsporingsdiensten, zoals de FIOD (Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst), de Inspectie SZW (Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid) de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en de ILT-IOD (Inlichtingen- en opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport).

2.1 Verhoor door een opsporingsambtenaar

In tegenstelling tot hetgeen vaak wordt gedacht, of mogelijk wordt gesuggereerd door de betreffende opsporingsambtenaar zelf, bent u als getuige niet verplicht aan het verhoor met een opsporingsambtenaar mee te werken. U bent, wanneer u bent uitgenodigd voor een verhoor, dus ook niet verplicht te verschijnen of om antwoord te geven op de aan u gestelde vragen. Het is goed te beseffen dat wanneer u eenmaal als getuige wordt gehoord u te allen tijde uw medewerking aan het verhoor kunt intrekken en het verhoor kunt verlaten.

Indien u als verdachte wordt aangemerkt heeft u bepaalde rechten, zoals een zwijgrecht. Wanneer u verdachte bent kan men u onder omstandigheden wel aanhouden en in verzekering stellen.

2.2. Verhoor als getuige door een rechter of rechter-commissaris

In het geval u bent opgeroepen om te verschijnen als getuige voor een rechter, bent u echter zowel verplicht aan deze oproep gehoor te geven als antwoord te geven op de aan u gestelde vragen (en daar eveneens naar waarheid te verklaren).

Onder verhoor door een rechter kan in de eerste plaats het verhoor bij een rechter-commissaris worden begrepen. Dit is een verhoor dat kan plaatsvinden in het vooronderzoek of na terugverwijzing nadat de zaak reeds op zitting is geweest. Een dergelijk verhoor zal plaatsvinden op de kamer van de rechter-commissaris. Doorgaans wordt u als getuige niet onder ede gehoord door de rechter-commissaris.

Het verhoor door een rechter kan verder bestaan uit een verhoor ter zitting. In dat geval bent u door de rechtbank of het gerechtshof opgeroepen om als getuige ter zitting te verschijnen. Een dergelijk verhoor vindt onder ede plaats: u zult een eed of belofte moeten afleggen voordat u gaat verklaren. Dit betekent dat wanneer u opzettelijk onjuist zou verklaren, u een strafbaar feit (meineed) pleegt.

2.2.1. Bijstand raadsman voor de getuige

De wet geeft de getuige geen recht op bijstand van een advocaat voorafgaand of tijdens het verhoor door een opsporingsambtenaar. U bent als getuige wél vrij om voorafgaand aan een verhoor zelf een advocaat te raadplegen. Gelet op het feit dat u als getuige niet verplicht bent mee te werken aan het verhoor door een opsporingsambtenaar, kunt u aan uw medewerking wel de voorwaarde verbinden dat u uw raadsman mag meenemen. Het consulteren van een raadsman voorafgaand en/of het meenemen van een raadsman naar het verhoor kan nuttig zijn nu de raadsman opmerkingen en aantekeningen kan maken en tevens in de gaten houdt dat uw verklaring op de juiste manier in het proces-verbaal wordt opgenomen.

Wanneer u als getuige wordt opgeroepen door een rechter, kunnen rechters u – op uw verzoek – toestaan dat u uw raadsman meeneemt.

2.2.2. Bijstand raadsman voor de aangehouden verdachte

Voor aangehouden verdachten van een strafbaar feit geldt dat zij voorafgaand aan een eventueel verhoor recht hebben op een zogenaamde consultatie (vooraf overleg) met hun raadsman. Ook heeft de aangehouden verdachte recht op bijstand van een raadsman tijdens een verhoor door een opsporingsambtenaar of rechter.

Consultatie vóór en het meenemen van een raadsman tijdens een verhoor kan hier zeer belangrijk zijn nu deze continu uw rechten in de gaten houdt, opmerkingen en aantekeningen kan maken en indien nodig onderbrekingen kan verzoeken tijdens het verhoor.

2.2.3. Bijstand raadsman voor de niet-aangehouden verdachte

De niet-aangehouden verdachte moet voorafgaand aan zijn eerste verhoor mededeling worden gedaan van het recht om zich te doen bijstaan door een raadsman. Hij krijgt geen raadsman toegewezen. Net zoals een getuige kan de niet-aangehouden verdachte wel op eigen initiatief een advocaat raadplegen, hetgeen wij ook sterk aanraden. Ook kan hij zich tijdens het verhoor laten bijstaan. Deze rechten gelden dus als u staande gehouden wordt als verdachte, of wordt uitgenodigd om bij een opsporingsambtenaar te verklaren als verdachte.

Ook hier is het consulteren van een raadsman voorafgaand en bijstand door de raadsman tijdens het verhoor verstandig om de eerder – bij de aangehouden verdachte en getuige – genoemde redenen.

3. Tips voor de beantwoording van vragen

3.1. Verklaar alleen over de feiten

Een van de belangrijkste adviezen is dat u uw antwoorden zo kort en bondig mogelijk houdt en dat u slechts antwoord geeft op de vraag zonder andere zaken aan te halen. Bedenk dat hoe meer u uitweidt, hoe groter de kans is dat er vervolgvragen zijn en hoe langer u er zult zitten.

Luister daarom altijd goed naar de vraag en bedenk goed wat u gaat antwoorden voordat u met praten begint. Als aan u stukken worden getoond of andere verklaringen worden voorgehouden, wacht dan ook altijd de vraag af. Begin niet zelf te verklaren.

Bedenk ook goed dat alles wat u zegt in het proces-verbaal kan worden opgenomen, ook de grappig bedoelde opmerking tijdens een pauze die verkeerd wordt begrepen door de opsporingsambtenaren. Er is geen off the record.

3.2. Geen meningen of conclusies

Wanneer u als getuige wordt gehoord, zal uw verklaring als bewijs kunnen worden gebruikt in een strafzaak. Wanneer het verzoek om u te horen niet van de verdediging is uitgegaan, kunt u ervan uitgaan dat het verhoor er met name op gericht zal zijn belastend bewijs tegen de verdachte in de strafzaak te krijgen.

U dient zich hierbij goed rekenschap te geven dat uw verklaring slechts bruikbaar is als bewijs voor zover deze bestaat uit een weergave van feiten en/of omstandigheden die u zelf heeft waargenomen of ondervonden.

3.3. Vermijd aannames, verklaar alleen over hetgeen u zich specifiek herinnert

Een belangrijke vuistregel is dat u zoveel mogelijk bepaalde aannames in uw verklaring probeert te vermijden, maar slechts de feiten weergeeft waarop deze aannames zijn gebaseerd. Dus niet: “de auto reed veel te hard”, maar wel: “de auto reed harder dan het overige verkeer”. De eerste verklaring bevat immers een aanname/conclusie; het kan zijn dat de bestuurder van de betreffende auto zich nog steeds hield aan de maximum snelheid, maar dat hij wel harder reed dan het overige verkeer.

Een ander belangrijk aspect bij het afleggen van uw verklaring is dat u zich realiseert dat uw geheugen feilbaar is. Vraag u zelf steeds goed af of u zich bepaalde zaken nog wel zo goed herinnert en geef aan als dat niet het geval is.

Ook hier schuilt het gevaar dat u ten onrechte bepaalde zaken aanneemt. U verklaart bijvoorbeeld dat u de auto van de heer X op een bepaalde dag ergens geparkeerd heeft zien staan. Het is echter beter dat u zegt: “ik zag een blauwe Golf, zoals ook de heer X heeft, op deze plaats geparkeerd staan op de aangegeven dag”. Anders gezegd: u dient in uw verklaring zo specifiek mogelijk uw herinnering weer te geven om te voorkomen dat bepaalde conclusies/aannames in de verklaring worden opgenomen.

Dit vormt met name een groot probleem wanneer de feiten waarover u dient te verklaren zich in een ver verleden hebben afgespeeld. De kans is dan groot dat u zich de zaken niet meer specifiek herinnert en met name zal verklaren over conclusies die u heeft getrokken op basis van hetgeen u toen heeft waargenomen.

3.4. Onderscheid kennis van toen en kennis van nu

Een andere belangrijke valkuil is dat u niet verklaart over hetgeen u zich van destijds herinnert maar over hetgeen u recentelijk heeft gelezen (in het dossier of anderszins). Dit is geen probleem, zolang u maar zeer goed aangeeft of u uit eigen herinnering verklaart of uit hetgeen u recentelijk heeft gelezen. Het laatste is meestal niet relevant en zal in dat geval niet worden opgenomen in uw verklaring. Hierbij schuilt het gevaar dat u zaken die u recentelijk heeft gelezen gebruikt om uw herinnering aan te vullen. Juist om deze reden geven wij vaak het advies aan getuigen om voorafgaand aan het verhoor geen stukken door te nemen.

In het verlengde hiervan is het van groot belang dat u aangeeft wanneer u bepaalde wetenschap hebt verkregen. Was dit voordat het feit vermoedelijk werd gepleegd of pas daarna?

Wanneer bijvoorbeeld aan u wordt gevraagd of u op de hoogte was van een bepaalde veiligheidsprocedure, is het uiteraard van belang dat, wanneer dit het geval is, u aangeeft of dit voor of na een bepaald incident was.

3.5. Vermijd technische termen of jargon

Vermijd zoveel mogelijk technische termen of begrippen uit bijvoorbeeld uw vakgebied of specialisme die voor u heel duidelijk zijn, maar die voor meerdere uitleg vatbaar zouden kunnen zijn. Wanneer u er niet aan ontkomt dergelijke begrippen te gebruiken, zorg er dan voor dat in het proces-verbaal tevens uw definitie van dit begrip wordt opgenomen.

Laat de inhoud van de aan u getoonde bijlagen voor zich spreken en neem de inhoud niet klakkeloos over in uw verklaring

In het verlengde daarvan ligt het advies om bij documenten die aan u worden getoond tijdens het verhoor, slechts een verklaring af te leggen over hetgeen u zich herinnert over deze documenten en dat u niet herhaalt wat er in de documenten staat. De documenten vormen immers een zelfstandig bewijsmiddel en de meerwaarde van uw getuigenis zit hem juist in de vraag of u zich kunt herinneren dat de afspraken die op papier zijn vastgelegd inderdaad zo zijn gemaakt. Ook hier moet u er voor waken dat u de conclusies, die door de opsporingsambtenaar worden getrokken op basis van deze documenten, niet tot de uwe maakt in uw verklaring. Laat de inhoud van de documenten en eventuele voorgehouden stellingen voor rekening van de opsporingsambtenaren.

Een voorbeeld om het één en ander te illustreren.

U kunt zich herinneren dat partij A een pakket aandelen heeft verkocht aan partij B voor een X-bedrag. U wordt door de FIOD een document getoond waarin de datum waarop dit is overeengekomen is vastgelegd. Als u geen specifieke herinnering heeft aan deze datum, moet u in uw antwoord dus niet laten opnemen: “ik kan mij herinneren dat op 10 juli 2004 partij A met partij B tot een overeenkomst is gekomen voor de overdracht van zijn aandelen”. Het kan dan immers heel goed zijn dat een datum in het aan u getoonde document onjuist is. Beter is wanneer u het volgende verklaart: “ik kan mij herinneren dat partij A en partij B overeenstemming hebben bereikt over de overdracht van aandelen. Ik weet niet meer op welke datum dat was”.

3.6. Bedenk dat hetgeen u wordt voorgehouden misschien uit de context wordt gehaald

In het algemeen is het ook verstandig niet te snel te reageren op stukken of verklaringen van anderen die aan u worden voorgehouden. Het kan immers vaak zo zijn dat aan u niet het gehele “plaatje” wordt getoond. Misschien krijgt u een citaat uit de verklaring van een ander voorgeschoteld, zonder daarbij de context te kennen.

Vraag in deze gevallen zoveel mogelijk om de documenten zelf te kunnen inzien en de verklaring van betrokkenen te mogen lezen. Als u het gevoel heeft dat u een incompleet beeld wordt geschetst, kunt u zich beter van een verklaring naar aanleiding van het aan u getoonde onthouden.

3.7. Bevestig geen stellingen van de FIOD

Een beproefde methode van bijvoorbeeld de FIOD is dat u een aantal stukken wordt getoond en de FIOD u op basis daarvan een conclusie voorhoudt. U wordt bijvoorbeeld een document getoond dat is gedagtekend op 10 april 2004 en daarnaast computerdata waaruit zou blijken dat het Word document, dat ten grondslag lag aan het zojuist getoonde stuk, pas in augustus 2005 zou zijn opgemaakt. Vervolgens vraagt de FIOD u of u ook van mening bent dat de datum in het stuk vals is (geantedateerd).

Uiteraard moet u zich onthouden van meningen en dat geldt met name in dit soort gevallen. Het kan zijn dat u maar een gedeelte van de puzzel heeft gezien. Er zijn vaak vele andere verklaringen mogelijk dan degene die de FIOD aan u voorhoudt. Om bij het voorbeeld te blijven: het kan immers best zijn dat het document vanaf een andere computer is geprint en het Word bestand dat door de FIOD is onderzocht een latere kopie betreft. Wanneer u in een dergelijk geval toch de conclusie van de FIOD bevestigt, lijkt u deze conclusie meer gewicht te geven.

3.8. Onzuivere vraagstelling

Bedenk bij dit alles dat de opsporingsambtenaar (en soms ook rechters) de vragen niet scherp formuleren. Het komt op u aan om bij de beantwoording daarvan zoveel mogelijk de hiervoor genoemde uitgangspunten in acht te nemen.

3.9. Neem geen stukken mee

Neem geen stukken mee naar het verhoor, bijvoorbeeld agenda’s of persoonlijke administratie. Deze kunnen namelijk meteen in beslag worden genomen. Bied ook niet zelfstandig aan dergelijke stukken na te zenden. Overleg altijd eerst met uw advocaat of dit verstandig is.

3.10. Proces-verbaal van verhoor door een opsporingsambtenaar

Aan het einde van het verhoor zal u, in het geval het een verhoor door een opsporingsambtenaar betreft, worden gevraagd het proces-verbaal dat is opgemaakt door te nemen en te ondertekenen.

U heeft hierbij de gelegenheid het stuk goed door te nemen en te controleren of hetgeen u heeft gezegd ook daadwerkelijk is vastgelegd en of dat op de juiste manier is gedaan. Als uw woorden niet juist zijn weergegeven of op een manier die niet geheel de lading dekt, heeft u de mogelijkheid correcties aan te brengen. Dit kunt u doen met pen in het concept dat u wordt getoond. Kijk ook goed of de aan u getoonde stukken worden vermeld bij de vragen die u in dat verband zijn gesteld, zodat het voor iedereen duidelijk is dat u naar aanleiding van dat stuk een verklaring hebt afgelegd.

Laat u hierbij niet van de wijs brengen door de opsporingsambtenaren, maar sta erop dat de door u gewenste aanvullingen of correcties worden opgenomen. Ook moet u zich bij het doorlezen van het proces-verbaal en het aanbrengen van correcties niet laten opjagen door de opsporingsambtenaren (ook al is het een lange dag geweest en wil iedereen graag naar huis). Het gevaar schuilt hem immers vaak in de details en het zou zonde zijn als u na een lang verhoor, waarbij u zo goed mogelijk antwoord heeft proberen te geven op de vragen, genoegen moet nemen met een gebrekkige weergave daarvan in het proces-verbaal.

Als de opsporingsambtenaar uw correcties niet wil overnemen, zorg dan dat hiervan opmerking wordt gemaakt in het proces-verbaal en geef aan dat u op grond hiervan het proces-verbaal weigert te ondertekenen.

3.11. Komt de weergave overeen met uw verklaring; is het proces-verbaal voor meerdere uitleg vatbaar?

Ook als de weergave in het proces-verbaal klopt met hetgeen u gezegd heeft, kunt u bij nadere lezing tot het inzicht komen dat het antwoord aanleiding tot misverstanden kan geven. U kunt zo nodig een verduidelijking van uw antwoord aanbrengen. Mochten de opsporingsambtenaren u niet toestaan deze verduidelijking bij het antwoord zelf te plaatsen, dan kan u het als nadere verklaring aan het eind van het verhoor aanbrengen. In dit verband kan ook gedacht worden aan bijvoorbeeld bepaalde technische termen die u in uw verklaring heeft gebruikt. Hoewel het voor u en de opsporingsambtenaren misschien volstrekt duidelijk is wat er met bepaalde begrippen wordt bedoeld, is het goed bij het doorlezen van het proces-verbaal rekenschap te geven van hoe een buitenstaander het één en ander zal opvatten. Het proces-verbaal kan immers uiteindelijk bij een rechter terechtkomen die wellicht minder kennis heeft van de door u gehanteerde begrippen.

3.12. Proces-verbaal van verhoor door een rechter

Wanneer u wordt verhoord door een rechter-commissaris, zal uw verklaring na het verhoor meestal worden voorgelezen. Hierna wordt u gevraagd het stuk te ondertekenen. Mocht dat voor u moeilijk te volgen zijn, dan kunt u vragen of u de verklaring zelf mag lezen. Uiteraard gelden ook hier de bovenstaande uitgangspunten.

Wanneer u op een zitting wordt gehoord krijgt u geen voorlezing van uw verklaring noch kunt u het proces-verbaal inzien. Evenmin zal aan u worden gevraagd het stuk te ondertekenen. Dit is een merkwaardige situatie die helaas reeds lange tijd de praktijk is. Het komt op de advocaat van de verdachte aan om te zorgen dat de relevante gedeelten van uw verklaring goed zijn opgenomen (dit kan onder meer door de griffier te verzoeken deze gedeelten terug te lezen).

3.13. Ondertekening

Indien de weergave in het proces-verbaal wel overeenstemt met uw verklaring kunt u het proces-verbaal ondertekenen. Bedenk dat het niet-ondertekenen van een proces-verbaal de bewijskracht van het stuk niet vermindert. De bewijskracht van het document zit hem namelijk in het feit dat opsporingsambtenaren op ambtseed verklaren dat dit is wat u heeft verklaard.

Juist daarom is het van belang dat u uw verklaring zo nodig corrigeert of in het proces-verbaal laat opnemen wanneer de opsporingsambtenaren dit weigeren en dat dit uw reden is voor het weigeren van de ondertekening.

4. Download

5. Video’s

Hoe gaat het verdachtenverhoor?